Behandelingsovereenkomst

Laatste revisie: 2 maart 2026

Behandelingsovereenkomst

Artikel 1 - Definities

Therapeut: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de Behandeling uitvoert; Amber Rijkenbarg, gediplomeerd Chinese kruidentherapeut in de Traditionele Chinese Geneeskunde (TCG), handelend onder de naam Zhēn xīng táng, geregistreerd bij Vektis met AGB-code: 90121651.

Patiënt: de natuurlijke persoon op wie de Behandeling rechtstreeks betrekking heeft. In het geval van een minderjarige, afhankelijk van de leeftijd, óf een minderjarige of meerderjarige die niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn eigen belangen, wordt deze vertegenwoordigd door een persoon of personen die belast zijn met het wettelijk gezag over de Patiënt, zoals ouder(s), voogd(en), mentoren en curatoren; hierna te noemen: ‘de Wettelijk Vertegenwoordiger(s)’.

Behandelingsovereenkomst: de overeenkomst tussen de Therapeut en de Patiënt, waarbij de Therapeut zich in de uitoefening van een geneeskundig beroep tegenover de Patiënt verbindt tot het uitvoeren van de Behandeling, ten behoeve van het bevorderen en bewaken van de gezondheid en/of ter preventie van ziekte.

Behandeling: handelingen op het gebied van de geneeskunst die rechtstreeks betrekking hebben op de Patiënt, waaronder het voeren van een intakegesprek en het afnemen van een anamnese, het verrichten van lichamelijk onderzoek, het samenstellen, voorschrijven, en/of extern aanbrengen van kruidenformules, het geven van voeding- en leefstijladviezen en het voeren van (vervolg)consulten.

Patiëntendossier: ook wel aangeduid met ‘dossier’; de schriftelijk of elektronisch vastgelegde gegevens met betrekking tot de Behandeling van de Patiënt.

Artikel 2 - Wettelijk kader en Totstandkoming

2.1: Op de Behandelingsovereenkomst zijn de bepalingen van de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) van toepassing, alsmede de algemene voorwaarden van Zhēn xīng táng.

2.2: De Behandelingsovereenkomst komt tot stand op het moment dat een Patiënt en/of zijn Wettelijke Vertegenwoordiger(s), zich met een concrete gezondheidsgerelateerde hulpvraag tot de Therapeut wendt en de Therapeut hierop ingaat. De Behandelingsovereenkomst start doorgaans voordat het eerste consult (de intake) heeft plaatsgevonden en kan schriftelijk, mondeling of langs elektronische weg tot stand komen. Door het aangaan van een Behandelingsovereenkomst verklaart de Patiënt zich akkoord met de bepalingen in deze overeenkomst en het verwerken van bijzondere persoonsgegevens zoals beschreven in de privacyverklaring.

Artikel 3 - Rechten en plichten Therapeut

3.1: De Therapeut overlegt met de Patiënt over het voorgenomen onderzoek en de voorgestelde Behandeling, de ontwikkelingen rondom het onderzoek en de Behandeling en de gezondheidstoestand van de Patiënt. De Therapeut laat zich hierbij leiden door hetgeen de Patiënt redelijkerwijze dient te weten over:

  1. de aard en het doel van het voorgenomen onderzoek, de voorgestelde Behandeling en de uit te voeren handelingen.
  2. de te verwachten gevolgen en risico’s voor de gezondheid van de Patiënt bij het voorgenomen onderzoek, de voorgestelde Behandeling, de uit te voeren handelingen en bij geen Behandeling.
  3. andere mogelijke onderzoeksmethoden en Behandelingen, al dan niet uitgevoerd door andere hulpverleners.
  4. de staat en vooruitzichten met betrekking tot de gezondheid van de Patiënt ten aanzien van de mogelijke methoden van onderzoek of Behandelingen.
  5. de termijn waarop de mogelijke methoden van onderzoek of Behandelingen kunnen worden uitgevoerd en de verwachte tijdsduur ervan

3.2: De Therapeut licht de Patiënt duidelijk in op een manier die past bij het bevattingsvermogen van de Patiënt.

3.3: De Therapeut laat zich tijdens het overleg op de hoogte stellen van de situatie en behoeften van de Patiënt en stelt de Patiënt daarbij in de gelegenheid vragen te stellen.

3.4: Indien de Patiënt heeft aangegeven geen inlichtingen te willen ontvangen, zal de Therapeut het verstrekken hiervan achterwege laten, tenzij het belang dat de Patiënt daarbij heeft niet opweegt tegen het nadeel dat daaruit voor de Patiënt of anderen kan voortvloeien.

3.5: De Therapeut zal de Patiënt bedoelde inlichtingen alleen onthouden voor zover het verstrekken ervan ernstig nadeel voor de Patiënt zou kunnen opleveren en de Therapeut hierover een andere hulpverlener heeft geraadpleegd. De inlichtingen worden alsnog aan de Patiënt gegeven, zodra het bedoelde nadeel niet meer van toepassing is. Mocht het belang van de Patiënt dit vereisen, dan zal de Therapeut de desbetreffende inlichtingen aan een ander dan de Patiënt verstrekken.

3.6: De Therapeut neemt bij de werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de geldende professionele standaarden en kwaliteitsstandaarden voor hulpverleners, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wkkgz.

3.7: De Therapeut voert handelingen in het kader van de Behandelingsovereenkomst uit buiten de waarneming van anderen dan de Patiënt, tenzij de Patiënt en/of zijn Wettelijke Vertegenwoordiger(s) hiervoor toestemming hebben gegeven.

  1. Onder anderen worden niet verstaan degenen van wie medewerking noodzakelijk is voor de uitvoering van handelingen ten aanzien van de Behandelingsovereenkomst.

3.8: De Therapeut kan een Behandelingsovereenkomst niet aangaan indien de hulpvraag buiten de eigen expertise valt, door eerdere ervaringen een vertrouwensbasis ontbreekt of er sprake is van een aanzienlijk belang aan de zijde van de Therapeut, conform de richtlijn van de Artsenfederatie Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst (KNMG). Daarnaast kan de Therapeut de Behandelingsovereenkomst alleen beëindigen indien daar gewichtige redenen voor zijn (zoals grensoverschrijdend gedrag, weigering van essentiële medewerking, structureel betalingsverzuim), conform de richtlijn van de KNMG en artikel 460 van de WGBO.

  1. In beide gevallen zal de Therapeut het besluit met de Patiënt bespreken, noodzakelijke hulp blijven/laten verlenen en met toestemming van de Patiënt eventuele gegevens aan een nieuwe hulpverlener verstrekken.

Artikel 4 - Rechten en plichten Patiënt

4.1: De Patiënt kan de Behandelingsovereenkomst te allen tijde beëindigen.

4.2: De Patiënt verstrekt de Therapeut naar beste weten de inlichtingen (waaronder medicatiegebruik, medische geschiedenis, zwangerschap en overgevoeligheden of allergieën voor zowel inwendige als uitwendige middelen) en de medewerking die redelijkerwijs benodigd zijn voor het uitvoeren van de Behandelingsovereenkomst.

4.3: De Patiënt is de Therapeut een vergoeding verschuldigd. Indien vergoeding is verschuldigd terwijl de hoogte door de partijen niet is vastgesteld, dan is de Patiënt het gebruikelijke tarief, dan wel een redelijke vergoeding, aan de Therapeut verschuldigd.

Artikel 5 - Toestemming en Vertegenwoordiging

5.1: Voor handelingen ter uitvoering van de Behandelingsovereenkomst is toestemming van de Patiënt vereist. Door akkoord te zijn met de Behandelingsovereenkomst en voortzetting van de Behandeling na de benodigde informatieverstrekking door de Therapeut, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze overeenkomst, geeft de Patiënt toestemming voor deze handelingen.

5.2 Toestemming ten aanzien van minderjarigen:

  1. Patiënten tussen de 12 en 16 jaar: voor de Behandeling is zowel de toestemming van de minderjarige als de Wettelijke Vertegenwoordiger(s) vereist. De Therapeut kan de Behandeling zonder toestemming van de Wettelijke Vertegenwoordiger(s) uitvoeren indien noodzakelijk om ernstig nadeel voor de Patiënt te voorkomen. Dit geldt ook als de minderjarige de Behandeling weloverwogen blijft wensen na weigering van de toestemming van de Wettelijke Vertegenwoordiger(s).
  2. Patiënten vanaf 16 jaar: de minderjarige is zelf in staat om een Behandelingsovereenkomst aan te gaan ten behoeve van zichzelf.
  3. Patiënten tot 16 jaar: indien het wettelijke gezag over een minderjarige Patiënt door twee Wettelijke Vertegenwoordigers gezamenlijk wordt uitgeoefend, is voor de Behandelingsovereenkomst de instemming van beide Wettelijke Vertegenwoordigers vereist.

5.3: Wijze van nakoming bij vertegenwoordiging:

  1. Indien de Patiënt de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt, of indien een minderjarige Patiënt deze leeftijd wel heeft bereikt maar niet in staat is tot een redelijke beoordeling van zijn belangen, dan komt de Therapeut de verplichtingen uit deze overeenkomst na tegenover de Wettelijke Vertegenwoordiger(s).
  2. Indien een meerderjarige Patiënt niet in staat is tot een redelijke beoordeling van zijn belangen, dan komt de Therapeut de verplichtingen uit deze overeenkomst na tegenover de curator of mentor, een schriftelijk of elektronisch gemachtigd persoon, de partner of naaste familieleden, volgens de rangorde zoals bepaald in artikel 465 van de WGBO.

5.4: De persoon tegenover wie de Therapeut de verplichtingen uit deze overeenkomst nakomt, neemt de zorg van een goede Vertegenwoordiger in acht en betrekt de Patiënt zo veel mogelijk bij de vervulling van zijn taak.

5.5: Indien op grond van artikel 465 van de WGBO, voor het uitvoeren van handelingen alleen de toestemming van een daar bedoelde persoon in plaats van de Patiënt vereist is, maar de tijd ontbreekt voor het vragen van toestemming, dan mag de Therapeut tot handelingen overgaan indien nodig om ernstig nadeel voor de Patiënt te voorkomen.

5.6: De Therapeut zal in het dossier van de Patiënt aantekening houden van de verleende toestemming en de gemaakte afspraken met betrekking tot de Behandeling. De Patiënt heeft het recht de verleende toestemming te allen tijde te herzien.

Artikel 6 - Patiëntendossier

6.1: De Therapeut richt een dossier in met betrekking tot de Behandeling van de Patiënt, conform artikel 454 van de WGBO, waarin gegevens over de gezondheid van de Patiënt, de Behandeling en andere gegevens van de Patiënt worden opgenomen; voor zover noodzakelijk voor het verlenen van goede zorg.

6.2: De Therapeut bewaart het dossier in ieder geval gedurende twintig jaar vanaf het moment waarop de laatste wijziging in het dossier heeft plaatsgevonden.

6.3: Op schriftelijk of elektronisch verzoek van de Patiënt zal de Therapeut:

  1. inzage verstrekken in de gegevens uit het dossier, tenzij het achterwege laten hiervan noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een ander.
  2. een afschrift van de gegevens in het dossier verstrekken. Hiervoor kunnen administratieve kosten in rekening worden gebracht.
  3. gegevens uit het dossier vernietigen, tenzij bewaring van deze gegevens van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de Patiënt, of voor zover de wet zich tegen vernietiging van het bepaalde verzet.

6.4: De Therapeut verstrekt geen inzage in en afschrift van de gegevens uit het dossier van de Patiënt en inlichtingen over de Patiënt aan anderen zonder toestemming van de Patiënt, tenzij het belang van de Patiënt dit vereist, zoals bedoeld in artikel 3, lid 5 van deze Behandelingsovereenkomst, de wet daartoe verplicht of in geanonimiseerde vorm ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en statistieken op het gebied van de volksgezondheid, conform artikel 458 van de WGBO, voor zover de Patiënt hiertegen niet uitdrukkelijk bezwaar heeft gemaakt. Onder anderen worden niet verstaan:

  1. anderen die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van de Behandelingsovereenkomst en degenen die optreden als vervanger van de Therapeut, voor zover verstrekking noodzakelijk is.
  2. De Wettelijke Vertegenwoordiger(s) van de Patiënt, indien van toepassing.

6.5: De Therapeut kan desgevraagd inzage in of afschrift van gegevens verstrekken uit het dossier van een overleden Patiënt aan:

  1. een persoon van wie de Patiënt bij leven schriftelijk of elektronisch toestemming heeft gegeven.
  2. eenieder die een zwaarwegend belang heeft.
  3. een nabestaande zoals bedoeld in artikel 1 van de Wkkgz of een persoon die verplichtingen nakomt ten aanzien van de Patiënt, als er sprake is van een incident zoals bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Wkkgz. Gegevens worden niet verstrekt indien de Patiënt de leeftijd van 12 jaar had bereikt en schriftelijk of elektronisch is vastgelegd dat deze geen inzage wenst.
  4. degene of de instelling die het gezag uitoefende over een Patiënt dat op het moment van overlijden jonger was dan 16 jaar.